Filosofie: Méditation en Croix

De filosofie van sacrale dans is gebaseerd op de drie posities van klassiek ballet, de leerling, de gezel en de meester.
Het beschrijft een weg van persoonlijke bewustzijnsontwikkeling en verfijnde aandacht.

De eerste positie:  De Leerling.

De leerling heeft een keuze gemaakt, hij wil zich ont-wikkelen.
Schroomvol zet hij de stap in het voorhof van de tempel. Bewust, met volle aandacht neemt hij deel aan en staat hij in de cirkel. Samen met al de andere dansers opent hij zich en maakt hij contact met zijn diepste wezen. Vol goede moed en levenskracht begint hij aan zijn tocht.
Het is de tijdsas, vanwaar kom ik, waar ga ik heen.
Het is een op-zichzelf-gerichte positie.

De tweede positie: De Gezel.

De leerling zet de stap naar de groep waar hij zich bewust mee verbindt. Hier leert hij zich al dansend op het ritme en de melodie af te stemmen op zijn danspartners. De leerling wordt zich bewust van de andere dansers in de cirkel.
Het gaat hier meer over “sociaal bewustzijn” dat symbolisch uitgedrukt wordt door zich te openen en elkaar de handen te reiken. Hierdoor wordt iedereen met iedereen verbonden en is de cirkel gesloten.
Hier bevindt men zich in “het heilige”, de volgende plaats in de tempel.
Dit symboliseert de ruimteas, de verbinding tussen jou en mij.

De derde positie:  De Meester

Hier wordt men verbonden met het “Heilige” en/of de Kosmos; het “Al”. Hier voelt men een meer verfijnd bewustzijn en een vorm van aandacht die veel dieper gaat. De meester staat op het kruispunt van het statische en dynamische kruis. Hier bevindt hij zich in het midden van de cirkel, het centrum, de oorsprong van alles en nog veel meer.
Het is de kern, alles en niets, vol-ledig. Het hier en nu. Hier is geen begin en geen einde. Hier is rust in beweging, evolutie. Het is de plaats voorbij verschillen, einde en nieuw begin.
Hier is de totale overgave en onvoorwaardelijke liefde. Er is alleen het “nu”, oneindig, onnoembaar.
Het is de plek waar men contact maakt met het overstijgende, het Transcendente. Hier voelt men: dit ben ik én dit is meer dan mezelf. Het is een ervaring van eenheid, van universaliteit.
Hier bevindt men zich in  het “Heilige der Heiligen”, de plaats van de ingewijde. Het is de plaats waar zich in de tempel het altaar bevindt.

Deze 3 posities zijn nauw met elkaar verbonden. Eigenliefde, eerste positie, is gezond, doch zonder de twee andere posities mondt het uit in een verlammend ego. Indien je enkel ‘gezel’ bent of alleen in contact staat met het “Al”, verlies je de verbinding met jezelf, de aarde, met je andere gezellen en wordt je zweverig.

naar boven